Verkeert

Maak nu een afspraak buh uw BOVAG-bedrijf
BOVAG

Waarom fietsendiefstal groeit

“Pst. Hee. Jij. Ja, jij. Fiets kopen? Mooi barrel hoor. Goed maar niet duur. Voor 5 tientjes is ie van jou. Geen geld toch? Moet je kijken: versnellingen, gelzadel, vaste verlichting, alles erop en eraan. Alleen effe een nieuw slot kopen. Hoezo, gejat? Nee man! Waarom denk je dat? Zie ik eruit alsof ik een fietszou stelen? Ik ben student hoor, niet een of andere junk ofzo. Nou, kopen of niet? Ik heb niet de hele dag de tijd.”
U vraagt zich misschien af wat wij hier nu weer voor onwaarschijnlijks aan het opdissen zijn. Welnu, zo onwaarschijnlijk is het dus helemaal niet. Studenten die fietsen stelen en doorverkopen zijn de toekomst. Zo ver is het dus al gekomen. Want studenten staan al jaren te boek als lui dus krijgen ze opeens een enorme boete als ze te lang studeren. Ook als ze al te lang gestudeerd hebben en dus geen kant op kunnen. En hoe gaan ze die betalen?
Door fietsen te stelen dus. Want daar krijgen ze tegenwoordig onderwijs in. Verzinnen wij niet, heeft de Fietsersbond verzonnen. Als maatregel TEGEN fietsdiefstal, jazeker. Dus mocht u in de buurt van Leiden komen met uw fiets, zorg dan dat ie HEEL goed vast staat. Er lopen daar meer dan 22.000 potentiële fietsendieven rond.

Kauft holländischen Güter

“Veel Duitsers met Nederlandse fiets”. Zo’n kop vraagt natuurlijk om een waar spervuur van flauwe grappen. Doen we niet, kunt u zelf het best. Daarna gaan we eens lekker de radioreportage beluisteren, want daar worden rake dingen gezegd. Het schijnt dus dat Duitsers massaal over de grens trekken om Hollandräder aan te schaffen. Fietsen van Nederlandse makelij zijn degelijk, vinden de Duitsers, dus dan kunnen we gevoeglijk aannemen dat dat ook zo is. Oh ja, en de service hier te lande is beduidend beter dan in Duitsland, aldus de repo. Kortom: driewerf hoera voor de Nederlandse fiets en de Nederlandse fietsenmaker. Kunnen ze wel gebruiken.

De schuld van de scooter?

Oeioei, die scooters toch. Aan de ene kant is iedereen heel blij met ze, want liever op de scooter door de stad dan met de auto. Aan de andere kant zijn er dus bepaalde lieden, veelal minderjarig, die er een zooitje van maken. Te hard rijden, niet goed uitkijken, zich niet aan de regels houden, de regels niet weten, maar wel gas blijven geven. En ja, daar komen ongelukken van. Steeds meer ongelukken, om precies te zijn. En dan staan er verontwaardigde lieden op die gaan roepen dat scooters verboden moeten worden, en wel meteen, dat scooters duivelstuig zijn en hun berijders addergebroed, allemaal!
Dat mogen ze vinden maar het is niet waar. Scooters veroorzaken geen ongelukken, het zijn hun berijders. Net als bij auto’s.  Dus als je mensen nou eerst leert omgaan met een scooter voordat ze de weg op mogen, is er al een hoop gewonnen. En raad eens? Sinds een jaar of wat is er het brommerrijbewijs! Zien we helaas niks van terug in de statistieken, want het onderzoekje waar we het over hebben liep tot 2009 en toont dus aan dat er inderdaad een probleem was. Mosterd na de maaltijd, zegt u? U heeft gelijk.
Het enige probleem met dat brommerrijbewijs: de jeugd lapt het massaal aan de laars want er wordt toch niet gecontroleerd. Maar ook dat kun je moeilijk aan de scooter wijten.

Slagschip in de verhuur

Er was eens een man en die deed in reuzenraden. Hoe groter hoe beter. Dat deed hij vanuit Zwitserland, en dan kom je op de golfbaan nog wel eens iemand tegen. De baas van Maybach bijvoorbeeld. Maybach is het luxemerk van Mercedes, dat op zichzelf ook al vrij luxe is. Als je in een Maybach kunt rijden, dan heb je een aardig centje te spenderen: ze beginnen bij een half miljoen, een cabrio doet 1,2 miljoen.
De baas van Maybach zag er helemaal niet vrolijk uit, daar op die golfbaan, dus onze ondernemer stapt erop af en vraagt wat er scheelt. Nou, zegt de directeur van Maybach, niemand wil onze auto’s meer kopen. De afzet daalt voortdurend, en na de crisis al helemaal. Hoe moet dat nu? Zulke prachtige auto’s, en dan hebben we er gewoon iets van 25 in de schuur staan. Zonde. Wat moet ik doen?
Onze ondernemer wist het wel. Luister, zei hij, ik koop die 25 Maybachs van jou. De directeur van Maybach begon te stralen. En, vervolgde de ondernemer, dan huren jullie ze terug voor demonstraties, feesten en partijen. Verder verhuur ik ze ook aan iedereen die het wil.
Daar werd de directeur van Maybach toch even bleek om de neus. Een Maybach in de verhuur? Dan kon hij net zo goed meteen de tent sluiten. Een Maybach is toch iets exclusiefs?

Lees meer

Inhaalverbod of toch maar niet?

Weet je wat ook naar is? Inhalende vrachtwagens. Dat de een 89,5 rijdt en de ander 89,6 en dat die ander dan die een gaat inhalen. Vraag: als beide vrachtwagens 25 meter lang zijn, hoe lang duurt het dan voordat de inhaalmanoeuvre afgerond is? Antwoord: ONT-ZET-TEND lang! In ons voorbeeld een half uur, om precies te zijn, maar dat is ook weer overdreven. In elk geval is het tijd voor KEIHARDE maatregelen, want zo kan het niet langer. We kunnen niet 130 en 90 rijden tegelijk, toch? Dus hup, die vrachtwagens, die blijven voortaan maar lekker op de rechterbaan. Niks inhalen. Scheelt niet alleen veel ergernis, maar ook een hoop ongelukken. Inhaalverbod voor vrachtwagens: de politiek juicht het toe. Maar de minister is voorzichtig en de transportorganisaties furieus. Want waarom halen vrachtwagens in? Omdat sommige vrachtwagens nou eenmaal treuzelen. Wat gebeurt er als je niet mag inhalen? Dan blijven alle snellere vrachtwagens plakken achter een trage. En als er zo’n sliert trucks voorbij komt, moet je eens proberen in te voegen. Lukt je niet. En die vrachtwagenchauffeurs zitten zich maar op te vreten, dus die zijn niet alleen een ramp voor vrouw en kinderen maar ook nog eens hartstikke gestresst op de weg.
Dus wat nu? Moet er zo’n inhaalverbod komen, of is het symboolpolitiek die net zoveel oplost als het nieuwe problemen creëert? U mag het zeggen.

Ondertussen in Belgie

Sorry, wij kunnen er ook niets aan doen, we hadden het liever anders gezien, we hebben niets tegen Belgen, sterker nog, Belgen hebben de wereld veel goeds gebracht en ze gaan daar standvastig mee door, ondanks politieke moeilijkheden en de waan van de dag, en daarvoor dienen wij hen lof toe te zwaaien, veel lof, en ook het feit dat ze beter Nederlands spreken dan de meeste Nederlanders strekt de zuiderbuur tot eer, en over buren gesproken, daar kun je er dus beter maar een stuk of wat goeie van hebben dan een verre vriend, dus laten we vooral niet te hard van stapel lopen wanneer wij ons hardop afvragen waarom dit soort dingen toch altijd weer in Belgie moet plaatsvinden en nergens anders?

De paden op, het water in

Er gebeurt vanalles in de wereld. Wat we zien is dat oude zekerheden op losse schroeven komen te staan en nieuwe mogelijkheden zich aandienen. Grenzen vervagen, kansen te over. Daarom is het tijd om out of the box te denken. Durf te dromen, verlaat de gebaande paden, enzovoort.
Neem nou dat onderscheid tussen land en water. Eigenlijk belachelijk, als je erover nadenkt. Als het regent worden de straten toch nat? Nou dan. Geen speld tussen te krijgen. Dus laten we alsjeblieft ophouden met dat kunstmatige gedoe van auto’s op de weg en bootjes in de sloot. Onzin. Hup, gewoon de bus de gracht in en go. Niet dan? Hartstikke handig. Op de watertrein zullen we vermoedelijk nog wel even moeten wachten, maar in Londen hebben ze alvast wel een waterijscokar. Zie je, de toekomst ligt in het water.

Doorrijden kost geld

Terwijl we in Nederland krampachtig vasthouden aan betalen voor autobezit in plaats van –gebruik, zijn ze in andere landen een stuk verder. Daar moet je bijvoorbeeld tol betalen op snelwegen. Wie gebruikt, betaalt. Dat is dan wel altijd dezelfde tol, dus de prikkel om buiten de spits te rijden ontbreekt nog een beetje.
In Israël hebben ze daar iets op gevonden: een dynamisch tolsysteem. Dat is eigenlijk een combinatie van spitsstrook en rekeningrijden. Het idee: er is een weg die voor iedereen toegankelijk is, en dan daarnaast nog een weg die je extra geld kost. Hoeveel geld is afhankelijk van hoe druk het op de gratis weg is. Hoe drukker, hoe duurder het is om door te rijden. Kwestie van vraag en aanbod. Betalen om door te rijden, besparen door stil te staan. Geld en tijd besparen? Dan de weg op als het rustig is. Klinkt logisch toch? Zolang de wegbeheerder maar niet expres files gaat laten ontstaan op de gratis weg. Dat is vals.

Met je auto op de digitale snelweg

Ja, de toekomst. Er is al veel over geschreven, niet in de laatste plaats op dit blog. En terecht, want je raakt er niet over uitgepraat. Je kan er alle kanten mee op. Vandaag de dag al helemaal, want met de komst van internet is er opeens een hele hoop extra toekomst bijgekomen. Kijk, hier een filmpje van hoe het eraan toeging toen het internet er nog niet echt was. Da’s nu wel even anders, of niet dan?
Nu praten we over online dit en online dat alsof het over broodjes van de bakker gaat. Of nog iets alledaagsers, want wie gaat er eigenlijk nog naar de bakker? Hoe dan ook, steeds meer dingen zijn aangesloten op digitale netwerken. Internet is overal. En dat wordt dus nog veel meer. Want autobouwers zijn in overleg met bedrijven als Google en Microsoft om auto’s te laten communiceren via internet. Met elkaar, maar vooral ook met bijvoorbeeld je huis (en andersom). Rijden in de cloud, noemen ze dat. Kan je in je auto thuis de verwarming opstoken. Of vanuit huis de auto opwarmen. Of afkoelen. Geweldig. Superhandig. Toch? In elk geval wel voor Google en Microsoft, die op die manier weer ietsje meer over u te weten komen. Welke auto u rijdt en waar, dat werk. Maar goed, kniesoor die daarop let. Je moet wat overhebben voor de toekomst. Waarin je rondrijdt met een IP-adres in plaats van een nummerbord.

Economie: Fiat voor de Italianen

Vandaag gaan wij eens lekker ons boekje te buiten en besteden we aandacht aan economie. U weet wel, de heetste pseudowetenschap van dit moment, die crises vooral achteraf heel goed weet te voorspellen, maar tevoren en tijdens grote problemen met de handen in het haar zit. Nee, geen hocuspocus, eigenlijk is het een heel simpel verhaal. Daar gaan we. In Europa hebben we een gemeenschappelijke markt: wat ik in Nederland maak, kan ik zonder veel moeite verkopen in elk ander euroland en omgekeerd. Betalingen gaan in euro’s.
Die gemeenschappelijke markt wordt beheerd door een flink aantal markthouders: de eurolanden. Die bepalen voor hun eigen stukje markt de spelregels, en in ruil daarvoor bieden ze de bedrijven op de markt zaken als infrastructuur, en gezondheidszorg en sociale voorzieningen voor werknemers.
Nu zijn er grote problemen op de markt. Diverse markthouders (landen dus) hebben hun boekhouding niet op orde en kunnen hun schulden niet meer betalen. Ze zijn niet concurrerend genoeg.

Lees meer

volgende