Verkeert

Vakantiecheck
BOVAG

Categorie: Gespot

Autoland nu ook in hotels

Je kan er lang en breed over bakkeleien, maar Duitsland is het enige Europese autoland dat ertoe doet. Dat Franse werk is leuk voor gezinnen, Zweeds rijd je als je veilig en solide wilt, en Italianen zijn of niet te betalen of ze zijn, hoe moet je het zeggen, temperamentvol. Over Roemenië hoeven we niet uit te weiden en Groot-Britannië is failliet. Dan hebben we natuurlijk Spanje nog, maar echt los gaat het daar ook niet. Wij overrulen uw bezwaren daarom eenvoudigweg door Audi, Mercedes, Porsche en BMW te noemen. Tel daar nog bij op dat Duitsland het enige Europese land is waar je nog gewoon een beetje door kunt rijden op de snelweg en ons punt is wel gemaakt. Toch?
Nou, we hebben nog een kers op de taart voor u. In de buurt van Stuttgart, thuisbasis van Mercedes en Porsche, opende in 2009 het V8 Hotel. Groot is het niet (35 kamers), maar een paar daarvan zijn ronduit legendarisch. Lekker ruim slapen in een Cadillac, of knus in een Morris Minor. Of nat dromen in een opengewerkte klassieke Benz die midden in een wasstraat staat. Kan allemaal, en kost niet eens zo duur. Dat is nog eens wat anders dan je (Franse) Formule 1-legbatterij.

Kersverse race-romantiek

Alsof het 1970 is, toen de zon altijd scheen en de auto’s eenvoudig waren en van adembenemende schoonheid. Race-romantiek pur sang. Dat is de sfeer die de foto’s van de Franse fotograaf Laurent Nivalle ademen. Je gelooft bijna niet dat ze nog geen twee maanden oud zijn, maar als je goed kijkt zie je het, maar alleen aan kleding en haardracht – het is niet vroeger maar nu. Om precies te zijn: Nivalle schoot zijn plaatjes op Le Mans Classic, dat gehouden werd op 10, 11 en 12 juli 2010. Maar als de auto’s niet jonger mogen zijn dan bouwjaar 1979 en de fotograaf zijn best doet alle moderne apparatuur uit beeld te houden, dan krijg je foto’s die beter zijn dan ze destijds ooit gemaakt werden – inclusief die uitgebleekte kleuren. Dat Nivalle een liefhebber is van snelheid, wielen en de bijbehorende romantiek mag overigens ook blijken uit andere series op zijn site: ook zonder de illusie van een glansrijk verleden ademen zijn foto’s benzine, rock ‘n roll, smeulend rubber en sfeer. Meer!

Biological cybernetics en wat je ermee kan

Stel je voor dat je een robotarm zou kunnen maken die direct en minutieus reageert op elk commando. Een robotarm zo hoog als een klein huis waarmee je met chirurgische precisie de meest complexe operaties kunt uitvoeren, of je er nou fijne motoriek voor nodig hebt of botte kracht – of allebei tegelijk. Vet handig! Je kan het ding bijvoorbeeld inzetten op rampplekken om mensen uit het puin te graven. Of je laat het afzinken om een hardnekkig olielek te dichten. Of je kunt het apparaat de ruimte in schieten om complexe reparaties te verrichten zonder het risico dat de astronaut zijn (haar) gereedschaptas laat schieten. Erg nobel, allemaal: de wereld zou er een betere plek van worden.
Allemaal goed en wel, maar het kan altijd heersender. Bijvoorbeeld door de arm te koppelen aan een rijsimulator. Niet een gewone, maar een hele dikke. Eentje met een enorme computer, die in staat is om al die elektronica in die gigantische arm aan te sturen. En dan racen, in je Ferrari. Gas! En als je dan door de bocht gaat, dat dan die arm een ENORME zwieper maakt. Yeah!
Het Max Planck-instituut voor “biological cybernetics” deed het gewoon. Is wetenschap, weet je wel, en sinds wanneer mag wetenschap niet leuk zijn? Filmpje!

Gas in je mestkever, en ander groen

Nieuw uit Groot-Brittannië: de mestkever. Nee, dat is geen beest, het is een auto, een VW Kever om precies te zijn, en hij rijdt op stront. Wat? Pardon, hij rijdt op menselijke uitwerpselen. Nou klinkt dat spectaculairder dan het is. Even de tank volschijten is er niet bij, in tegenstelling tot bijvoorbeeld gele stroom waar Verkeert eerder over berichtte. In feite rijdt de mestkever gewoon op groen gas. Dat is vergelijkbaar met aardgas, maar dan afkomstig van het rottingsproces van organisch materiaal. Als je bijvoorbeeld gft-afval verwarmt en het gas opvangt, dan hoef je dat gas alleen nog maar te zuiveren van alles wat niet methaan is en dan kan het zo doorgesluisd worden naar het aardgasnetwerk. Afvalbedrijven HVC en ROVA doen dat sinds kort: hun Zwolse gft-vergister verwerkt jaarlijks 45.000 ton gft en maakt daar ruim drie miljoen kuub groen gas van. Daar kan je mee koken en huizen mee verwarmen, en je kan het in auto’s met aardgasinstallatie stoppen zodat ze erop kunnen rijden. Aardgasauto’s zijn zuiniger, schoner en stiller dan benzine- of dieselauto’s. Verschillende autobouwers brengen inmiddels aardgasauto’s op de markt, en ook een aantal vrachtwagenbouwers experimenteren met de nieuwe brandstof. In Nederland rijden enkele transporteurs al rond met aardgasvrachtwagens, en op basis van hun ervaringen zullen dat er in de toekomst veel meer worden. En dat is om een aantal redenen goed nieuws.

Lees meer

De soorten en maten van de VW-bus

Eén van de meest tijdloze en gewilde automodellen is het Volkswagenbusje. Wat niet veel mensen weten is dat het een Nederlander was die met het idee kwam voor een “doos op wielen”: Ben Pon, zakenman uit Amersfoort, bezocht in 1947 de Volkswagen-fabrieken in Minden, Duitsland om zaken te doen met de Britse bewindvoerders van de VW-fabrieken. Pon wilde graag Nederlands importeur worden van het merk. Dat is hem gelukt: tot op de dag van vandaag is Pon Automotive Groep de importeur van Volkswagen. Even tijdloos is de uitkomst van wat schetswerk op een notitieblokje dat Pon ter plekke deed – VW-busjes zijn een stijlicoon geworden en zeer gewild bij jong en oud.
Het meest bekend is de auto misschien wel als hippiebusje. Psychedelische kleuren en motieven, pies en luv en met een dikke joint in je hoofd Route 66 afrijden, dat werk. Hier eentje op film, met mooie vrouwen. Maar het kan ook heel gangsta, door er een lowrider van te maken. Lekker rocken en bouncen weet je wel. Hier nog een exemplaar om lekker wheelies mee te trekken. Inderdaad, echt ruig wordt het nooit, daar zijn die dingen toch te aaibaar voor. Kijk dan hoe schattig deze is. Goed, het is niet echt een bus, maar het lijkt er toch wel heel veel op. Datzelfde geldt voor het exemplaar dat ene Lee Soetzel (kunstenaar) maakte – van hout. En omdat het altijd kunstiger kan, hier nog eentje die niets meer met een bus van doen heeft, maar zelfs door je blinde grootmoeder wordt herkend als een Volkswagenbus. Een echte classic, dames en heren, is zo classic dat het er niet toe doet hoe het er verder uitziet. Ofzo.
Ter zake: er zijn ook mensen die graag de zaag ter hand nemen en de doos op wielen een kopje kleiner maken. Hoppekee: een VW-busje zonder dak van een meter hoog. Een soort boekenplank op wielen, zeg maar, en als je het dak eraf haalt is hij waarschijnlijk ook wel als zwembad te gebruiken. Maar het toppunt van adaptatie (of noem het verminking) is toch wel deze: de VW-pooltafel. Vraag niet wat je ermee moet (poolen natuurlijk): dit heerst gewoon knalhard. Punt.

Avontuur is niet mooi

Pionieren is vaak een kwestie van erop of eronder. Afzien, doorbijten, bikkelen en geen moment rust. De pionier heeft lak aan esthetiek: hij moet vooruit, alsmaar vooruit, tot het doel bereikt is. De franje, daar zorgen zij die na hem komen maar voor. Met franje win je de oorlog immers niet. Denk je dat Columbus elke dag zijn tanden poetste? Welnee! Die was hij al lang kwijt door de scheurbuik. De 19de-eeuwse ontdekkingsreizigers in donker Afrika maalden niet om kunst, want alleen het inkleuren van die witte vlek op de kaart deed ertoe. En Neil Armstrong droeg onder zijn ruimtepak ook gewoon een joggingbroek. Al dat gewichtloze hupsen, daar ga je nogal van zweten, dat bederft je goeie goed.
Nee, pioniers komen doorgaans niet in aanmerking voor de schoonheidsprijs. En ook al komen ze thuis met grote verhalen en is hun onderneming omgeven met een gouden glans van glamour en avontuur, dat is alleen te danken aan het feit dat ze behouden zijn teruggekeerd uit langdurige barre omstandigheden en onversaagd gingen waar niemand voor hen ooit geweest was.
Datzelfde geldt voor het Franse echtpaar Géraldine Gabin en Xavier Chevrin. Die stonden half juli onder de Eiffeltoren met een elektrische Citroën Berlingo. De Franse posterijen hebben duizend van die dingen in hun wagenpark, want elektrisch vervoer is een uitkomst van jewelste in de binnenstedelijke distributie: geen uitstoot, nauwelijks geluid en een actieradius van 150 kilometer, genoeg voor een rondje post. Pionierswerk van de Franse posterijen ten voeten uit, want de Citroën Berlingo is uiterlijk nou niet de alleraantrekkelijkste auto. Zeg maar gerust dat de maker van de Lelijke Eend de kunst nog niet verleerd is.
Maar ook ons Franse echtpaar kan een zekere pioniersgeest niet ontzegd worden. Hun fotomomentje onder de Eiffeltoren hadden ze wel verdiend na hun 14.000 kilometer lange tocht. Die begon eind vorig jaar in Sjanghai en voerde hen in etappes van 400 kilometer per dag door Azië naar hun thuisland, letterlijk van stopcontact naar stopcontact. Pionierswerk ten voeten uit, want goed voor de kennis en het imago van elektrisch rijden, gedurfd, nog nooit eerder gedaan – en het ziet er gewoon niet uit, zo’n postkarretje in Verweggistan.

Ondertussen in Zuid-Afrika

Wie de vok! Weet jy een surefire manier om jou huys se waarde te drop met R100k? Nou? Nou? Seg eerlijk.
Mooi land, dat Zuid-Afrika. Ooit was het van ons, nu niet meer, hoewel Bert en zijn mannen erg hun best gedaan hebben om het opnieuw te veroveren. Er zijn nog mensen die er een soort van Nederlands spreken, en de echte liefhebber herkent daarin het Nederlands dat Vondel gesproken moet hebben – welke Hollander doet die Afrikaanders dat na? Verder: natuur. Muziek met humor (check die auto dan op 2:36). En natuurlijk braai. Braai? Ach man, iedereen weet onderhand wat braai is. “Braai is 'n sosiale tradisie waartydens vleis op 'n rooster of braaier gaargemaak word”, zoals de Afrikaner zeggen. Skottelbraaien kan je sinds jaar en dag kopen bij kampeerwinkels of de betere discountsupermarkt. De connaisseur koopt bij de speciaalzaak, al dan niet online. Klinkt leuk toch, skottelbraai, veel beter dan barbecue, dat is zo Engels, nee, dan de skottelbraai, zo een voor je karbonaaie erop te braaie, man man man wat een feest, dat kennen we hier in Holland tenminste. Wat nou taal van Vondel? Skottelbraai.
Voor alle duidelijkheid: een braai is gewoon een barbecue en een skottelbraai is verzonnen door een slimme marketingjongen die daar ongelofelijk rijk mee is geworden. Maar tijdens onze omzwervingen op het wereldwijde web kwamen wij toch maar mooi een heel fraaie braai tegen die wij u niet willen onthouden. Zo een braai die je vrienden in een handomdraai in luid applaus doet ontsteken en laat kraaien van “wie de vok!”. Goed, volgens kenners van de lokale huizenmarkt komt hij de waarde van de woning niet ten goede. Schattingen lopen op tot een waardeverlies van 100.000 Rand (10.500 euro), wat al gauw een derde is van de prijs van een gewoon rijtjeshuis aldaar. Critici laken bovendien het feit dat er op gas gebraaien wordt. “Gras jij maai, houtskool jij braai” is geen Afrikaans spreekwoord, maar het zou het goed kunnen zijn, en dat heeft verder niets met de hele kwestie van doen, maar een beetje spanning opbouwen kan geen kwaad. Hopend dat u net zo’n fan bent als wij, presenteren wij u, hier is ie dan, vers uit Zuid-Afrika: de autobraai. Lekker grillen op de grille, is het geen giller?
Volgende week: potjiekos.

Voetbal om door vier ringetjes te halen

Helaas, het resultaatgerichte voetbal van bondscoach Bert van Marwijk heeft het afgelegd tegen Spaanse esthetiek. Mocht u nog geen genoeg van voetbal hebben en kunt u een mooie pot waarderen? Denk dan eens aan het tafelvoetbalspel van Audi Design. Twee jaar geleden presenteerde de designafdeling van de autobouwer deze gadget bij wijze van stijloefening. Nu gaat het spel in beperkte serieproductie: twintig exemplaren worden er gemaakt. Grotendeels met de hand, zo meldt het persbericht van de fabrikant. Basismateriaal is hout, versterkt met aluminium en kunststof. “ Evenals de gebruikte materialen is ook de afwerking van het allerhoogste niveau, dus typisch Audi. Het resultaat is dan ook een tafelvoetbalspel dat aan de allerhoogste eisen voldoet”, luidt het. Vandaar dat het spel wordt aangeprezen met Audi’s slogan ‘voorsprong door techniek’.
Volgens Wolfgang Egger, hoofddesigner van Audi, is het een bijzondere uitdaging om het typerende design van de auto’s van Audi te vertalen naar andere gebruiksvoorwerpen: “Bij dit voetbalspel hebben we gekozen voor vloeiende, grote vlakken die worden afgewisseld met scherpe lijnen. Het frame van geborsteld aluminium zorgt daarbij samen met de witte basiskleur voor een spannend contrast. Inmiddels hebben in Audi’s opleidingswerkplaatsen in Ingolstadt en Neckarsulm tien leerlingen in een jaar tijd tien exemplaren van het spel gebouwd. Dit handwerk vond plaats onder het toeziend oog van het Audi Design-team in München. Deze tien exemplaren vormen de basis voor de beperkte serieproductie die wordt uitgevoerd door gerenommeerde tafelvoetbalfabrikant Leonhart.
Het voetbalspel is inmiddels getest door de Duitse tafelvoetbalkampioen Thomas Przesdzink. Zijn oordeel: “Het tafelvoetbalspel ziet er fantastisch uit en de speeleigenschappen zijn perfect – het is zonder problemen inzetbaar bij competities en toernooien.”
Wij onthouden ons van verdere toespelingen op het WK. Ons rest slechts de prijs te noemen van dit staaltje vakwerk: voor 12.900 heeft u een echt Audi tafelvoetbalspel op zolder.

Ondertussen in België

Vraag: hoeveel Belgenmoppen zijn er?
Antwoord: niet één, ze zijn allemaal waar.
Dat is misschien wat sterk, of straf, zoals de zuiderburen zeggen, maar het is toch een bijzonder volkje daar in het Belgische. Neem nu de Gentenaar Stefaan Streulens. Stefaan werkt als ecologisch tuinier op een lokale begraafplaats, en als hij ‘s morgens om kwart voor acht op het werk aankomt, heeft hij aalscholvers gezien, reigers en tientallen eenden. En dat allemaal vlak bij het centrum van Gent. Wat doet Stefaan namelijk? Wel, hij neemt als het ook maar een beetje weer is de kajak naar zijn werk. Dat heeft hij geleerd van een brandweerman. Die deed het al jaren. Stefaan had al heel lang een kajak en dacht, komaan, laat ik het ook eens proberen. Sindsdien is er een wereld voor hem open gegaan. Vol gevogelte, zo blijkt, maar ook vol blijdschap: “Het is een onvergelijkbaar gevoel. Ik kom letterlijk met de glimlach aan”, verklaart Stefaan. Wat hij met die glimlach moet op een begraafplaats, dat vertelt het verhaal niet, maar wij nemen direct aan dat Stefaan intens geniet van zijn watertochtje. Zes kilometer in 1 uur 15 is niet snel, maar er is geen file, geen gekeutel, er zijn geen bumperklevers, geen linksplakkers, geen Giel Beelen op de radio, geen verkeerslichten, geen flitsers, geen matrixborden, geen werkzaamheden – het paradijs. Goed, er zijn heel veel vogels, daar moet je van houden. En hij moet een zwemvest aan van de verzekering. En o ja, er is een sluis en die gaat pas om 8 uur aan. Dus als hij om kwart voor acht op zijn werk wil zijn, en dat wil hij want dat moet, dan moet hij langs de glibberige kademuur op de kant klimmen en vervolgens zijn kajak van 70 kilo uit het water zeulen om de sluis klunend te ronden. Kortom, met Stefaan moet je geen ruzie krijgen. Maar getuige dit openhartige interview in de Gentse editie van Het Nieuwsblad is Stefaan Streulens, ecologisch tuinier op een lokale Gentse begraafplaats, gewoon een toffen gast met wie u graag eens op café zou gaan voor ‘nen pint of twee.

Iets leuks om op de staart te trappen

U was onder de indruk van die auto van plexiglas? Knap staaltje werk, maar het kan nog veel mooier. We doen een experimentje. Hoe ziet uw droomauto eruit? Zou u er vrede mee hebben als u in plaats van die droomauto een Porsche GT3 RS zou krijgen? Hier zijn wat plaatjes. Opvallend veel oranje, en dat is dezer dagen toevallig ook nog eens heel erg in (maar hoe lang nog). En weet je wat-ie allemaal kan? Heel hard rijden. Met 415 pk van 0 tot 100 in 4,2 seconden. Maximum 310 kilometer per uur. En natuurlijk Herrie maken. Het is wel een Porsche. Heeft u dat? Mooi. Gaan we nu even uw droom verpesten.
Laten we wel wezen: de kans is klein dat u zich zo’n auto kunt veroorloven. Aanschafprijs is 1 fortuin. U betaalt 1375 kilo wegenbelasting. Verzekering. En er moet ook af en toe een sloot of wat benzine in: Het Nieuwe Rijden helpt u niet op deze schaal. Nou ja, in afwachting van een Porsche op gele stroom natuurlijk. Het zal dus voorlopig nog wel even een droomauto blijven.
Of niet? Dankzij het Oostenrijkse genie Hannes Langeder komt dit racemonster onder ieders bereik. Hij bouwde de Ferdinand GT3 RS ULC die geen van deze nadelen kent. Dankzij zijn ingenieuze ULC-bouwmethode (ULC staat voor Ultra Light Construction) weegt de Ferdinand GT3 slechts 99,637 kilo. De speciale afwerking in aluminiumfolie geeft de bolide een buitengewoon origineel voorkomen, terwijl de strakke, uitermate sportieve lijnen toch behouden blijven. En de auto is behalve heel stil ook bijzonder groen. Wij gokken dat u bij zakelijk gebruik niet alleen geen bijtelling hoeft te betalen, maar zelfs geld toe krijgt van de fiscus. En zelfs – stel je voor – een glimlach.
Helaas heeft dat alles er wel toe geleid dat de Ferdinand GT3 RS iets langzamer is dan zijn zwaardere broer. De motor is namelijk vervangen door een volwaardige trapinstallatie. Misschien dat een van doping doordrenkte tourrijder nog wel eens geflitst wordt op een woonerf in Limburg (bergafwaarts dan wel), maar verder is dit dus gewoon de aller- aller- allerlangzaamste Porsche ooit ergens. Kijk hem gaan over de Salzburgerring. Dus linksom of rechtsom, je moet gewoon keihard werken om een Porsche te kunnen rijden.

volgende